Wat doen we?

Wat doen we?

Toen we op Madagaskar aankwamen hebben we eerst een jaar in de hoofdstad, Antananarivo (Tana), gewoond. In Tana zijn we begonnen met het leren van de officiële landstaal (Malagasy) en hebben we onderzocht waar we op Madagaskar zouden gaan wonen en werken Op Madagaskar leven veel mensen in afgelegen gebieden. Deze mensen, grofweg onderverdeelt in 18 stammen, kunnen vaak niet lezen of schrijven en spreken hun eigen dialect en hebben daardoor veel moeite om de officiële taal te begrijpen.

Het is onze passie om mensen te vertellen over het goede nieuws van Jezus Christus. Dit goede nieuws, dat Jezus is gekomen om het tussen de mens en God de Schepper weer in orde te maken, is bijna onbekend onder de Antanala van Madagaskar. Dit is de reden dat de Antanala tot één van minst bereikte bevolkinsgroepen op Madagaskar wordt gerekend.

De Antanala vereren de geesten van hun voorouders, ze doen niets zonder de geesten te raadplegen. Wil je groenten verbouwen? Alleen als het mag! Trouwen met dat lieve meisje uit een andere stam? Daar worden de geesten niet blij van! Iemand in de familie ziek? Iemand anders heeft vast iets gedaan waardoor de geesten boos zijn! Deze en andere gedachten zijn voor een gemiddelde Europeaan onbegrijpelijk maar voor de Malagasy inherent aan het leven.

Vanuit de hoofdstad zijn we in het gebied waar we nu wonen op bezoek gegaan. We hebben toen met diverse dorpsoudsten gesproken en gevraagd of we welkom zouden zijn om bij hen te komen wonen. Toen de dorpsoudsten hoorden dat we de mensen over Jezus wilden vertellen hebben ze unaniem toegezegd om ons te helpen waar nodig. “Als jullie nieuws écht goed is dan moeten jullie snel komen!”

Nu wonen we inmiddels al sinds februari 2017 in Maroamboka. Eén van de grotere dorpen in de omgeving. We zijn begonnen te doen wat onze handen vonden te doen (Prediker 9:10). Schoonwater voorziening was één van de eerste dingen waar we ons mee bezig hebben gehouden. Als je de taal nog niet goed spreekt, kun je maar het beste beginnen met je handen en voeten. Ook op het gebied van hygiëne zijn we actief. In Nederland hebben we allemaal het voorrecht van scholing. Op school hoor je over zaken als het belang van toiletten en het weren van ratten (vlooien op ratten brengen de pest over). Schooling nemen wij in Nederland als vanzelfsprekend, hoe anders is dat op Madagaskar. Het is mooi om de mensen in die kennis te laten delen.

We zijn goed bevriend met de locale leraar Menja (spreek uit Menzaa). Menja spreekt zowel het officiële Malagasy als het Tanala dialect. Hij wil graag Engels leren en in ruil helpt hij ons met het dialect. Op den duur hoopt hij zijn leerlingen ook wat Engels te gaan leren.

Naarmate we het Tanala dialect beter begonnen te begrijpen zijn we ook begonnen met het vertalen van Bijbelverhalen. Samen met Menja hebben we in de eerste periode Please specify the URL of your media file that you wish to pop up in lightbox vertaald in het Tanala. Naast de verhalen zijn we ook begonnen met het vertaalwerk van het evangelie van Lukas en het boek de Handelingen der apostelen. Voor het eerst zien en horen de mensen hun taal op schrift! Zoals al eerder opgemerkt kunnen de meeste mensen niet lezen of schrijven en de officiële landstaal, het Malagasy, wordt ook niet verstaan. Hoe mooi is het dan om deze prachtige verhalen te horen in je eigen moedertaal.

Gewapend met deze verhalen gaan we de dorpen langs. Menja is zelf een gelovig man en naar mate de vertalingen vorderde, werd hij razend enthousiast. We hopen van harte dat mensen als Menja het evangelie van Jezus in hun eigen mensen gaan vertellen zodat deze op hun beurt een eigen keuze kunnen maken.

We zijn er van overtuigd dat de Bijbelse waarheden echte vrijheid brengt. Vrij om te planten wat je wilt; te trouwen met wie je wilt; buiten de kaders te denken wanneer je wilt. Met Jezus als Heer hoef je namelijk niet meer bang te zijn voor de geesten. Deze geesten hebben allemaal één ding gemeen: Het zijn de geesten van doden. Jezus, Hij die dood is geweest maar na drie dagen weer levend is geworden, is sterker dan de dood. Hij is sterker dan het graf, Hij is de Heer van de levenden.

Wat is zending?

Wat is zending?

Volgens de Van Dale betekent zending ‘verkondiging van het evangelie onder en ontwikkelingshulp aan volken in de derde wereld’.

Deze definitie geeft mooi aan dat woord en daad samen gaan. Een zendingswerker verkondigt het evangelie èn biedt ontwikkelingshulp. Het één zonder het ander is incompleet. Waar enkel ontwikkelingshulp geboden wordt en het evangelie niet gepredikt wordt is er vaak geen blijvende verandering in de levensomstandigheden van de mensen om wie het gaat. Het blijft iets van de ‘blanke buitenstaanders’. Voor succesvolle ontwikkelingshulp is een verandering van denken nodig bij de mensen die worden geholpen. De nodige verandering van denken wordt geboden in het evangelie.

Wanneer aan de andere kant alleen wordt verteld over een liefdevolle God, maar tegelijkertijd geen hulp wordt geboden waar die nodig is dan komt de boodschap niet echt over. Daden zijn liefde in actie.

Een derde element van de definitie is ‘in de derde wereld’, in ontwikkelingslanden. Hierover willen we zeggen dat het inderdaad klopt dat veel zending gebeurt in ontwikkelingslanden, maar niet uitsluitend. Overal moet het evangelie worden verkondigd: dichtbij en ver weg. De nood is in ontwikkelingslanden wel vaak hoger, terwijl daar niet alle mensen toegang hebben tot het goede nieuws over Jezus Christus. Vandaar dat veel zending plaats vindt in de ‘derde wereld’.

Wilt u meer lezen over het belang van zending in de 21e eeuw? Lees dan het artikel dat Jurgen hierover heeft geschreven.

We hebben ook het verhaal van Emy op onze website staan. Zij verteld wat het voor haar betekende om een zendeling te horen.

Waarom zending er toe doet

Waarom zending er toe doet

bezien vanuit seculier oogpunt 1

Introductie
Een regelmatig gehoord argument tegen zendingswerk is dat de mensen met rust gelaten moeten worden, het verstoort hun cultuur en religieus systeem. Men zou andere bevolkingsgroepen niet moeten opzadelen met voor hen vreemde geloofsovertuigingen.

Aangezien velen een bijzondere waardering hebben voor de culturele diversiteit in de wereld is dit een begrijpelijk argument. Zonder twijfel is cultuur één van de mooiste aspecten van de mensheid. De volken hebben door de geschiedenis heen ieder een eigen stijl van muziek, dans en andere tradities ontwikkeld.

Desondanks is het eerder genoemde argument niet zo vanzelfsprekend als men zou vermoeden. In dit artikel zullen we het argument nader bekijken en voorzien van het nodige commentaar. Hierbij wordt uitgegaan van een Afrikaanse plattelandssituatie. Dit wil niet zeggen dat de besproken ideeën alleen op dergelijke omstandigheden toepasbaar zijn.

Wereldbeeld
Voordat we de tegenwerpingen gaan behandelen is het goed om bekend te worden met het concept ‘wereldbeeld.’ Culturele diversiteit maakt een groot verschil in hoe men de wereld om zich heen begrijpt—hoe men ziekten, voorspoed, natuurlijke fenomenen, enzovoorts interpreteert hangt sterk af van wat men gelooft. Om te illustreren hoe iemands wereldbeeld kan verschillen van dat van een ander zullen we een paragraaf uit Burnett’s boek ‘Clash of Worlds’ citeren:

Jean La Fontaine verhaalt over een interessant voorval van een antropoloog die op de Yap Eilanden een discussie heeft met de bewoners welke geloofden dat de oorzaak van conceptie niet gevonden moest worden in seksueel contact maar in het binnentreden van de vrouw door een geest. De antropoloog haalde een voorbeeld aan van de verbetering van de lokale varkens nadat ze gekruist waren met geïmporteerde Europeaanse beren. De eilandbewoners waren bereid om dit te accepteren maar niet het idee dat seksuele relaties onder mensen konden uitmonden in een zwangerschap. Ze haalden verschillende voorbeelden aan zoals voorvallen van getrouwde vrouwen zonder kinderen en vrouwen, die onaantrekkelijk en lelijk gevonden werden door mannen en toch kinderen hadden. De discussie zorgde voor verwarring aan beide kanten totdat één van de eilandbewoners het begreep: “Aha,” zei hij tegen zijn mede-eilanders, “deze man gelooft dat mensen hetzelfde zijn als varkens.” 2

 

Implicaties
Mensen die zeggen dat het beter zou zijn om andere culturen met rust te laten vergeten meestal dat hun uitspraak voort komt uit bepaalde vooronderstellingen. Ten eerste, om te zeggen dat zendelingen een cultuur te niet zullen doen impliceert dat de betreffende cultuur geheel bevredigend is voor de mensen die er in opgegroeid zijn. En ten tweede, verwijst het naar een verouderd idee van zendingswerk waarin de cultuur verbannen wordt door zendingswerkers teneinde de wereld te verwesteren.

Bevredigend in ieder aspect?
De eerste implicatie veronderstelt in principe dat mensen uit een andere cultuur het meest tevreden zijn met hun eigen geloofssystemen en de daarnaast bestaande culturele tradities. Dit is echter niet zo voor de hand liggend als men zou willen geloven. Veel Afrikanen, in buiten-stedelijke gebieden, geven veel gewicht aan geesten en/of voorouderverering hetgeen vaak gepaard gaat met angsten. De mensen raadplegen regelmatig de zogenaamde toverdokters of medicijnmannen welke hun brood verdienen aan de angsten van hun ‘patiënten’. De oorzaak voor ziekten en ander ongeluk wordt al snel uitgelegd als straf of als vervloeking door een geest of heks. 3 Vaak is een offer nodig om de delicate balans weer te herstellen. De stelling, dat dit culturele onderdeel bevredigend is voor de betreffende mensen, gaat dus niet zonder meer op.

Zendeling van cultuur
De tweede implicatie lijkt op historische feiten gebaseerd te zijn. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de koloniale tijden menig (niet alle) zendeling de eigen cultuur superieur vond vergeleken met die van de doelgroep. Het christendom was in vroeger tijden niet louter een kwestie van persoonlijke overtuiging, het was verweven met elk aspect van de westerse samenleving. Dit resulteerde er in dat het brengen van het Evangelie gelijk stond aan het brengen van iemands cultuur. Deze houding is echter snel veranderd na de Verlichting. Het Westen kan nu niet meer als overheersend christelijk aangemerkt worden.

De zendelingen van vandaag begrijpen dat de moderne seculiere cultuur geen reclame is voor het christelijk geloof. 4 Met andere woorden, de westerse cultuur is niet geschikt als gereedschap om te evangeliseren, eenvoudig omdat het als zodanig geen garantie geeft voor een goed begrip van het christelijk geloof. Zendelingen zullen dus proberen om het evangelie relevant te maken binnen de cultuur van de toehoorders. Uiteraard kunnen ze geen water bij de wijn doen, maar er is niets op tegen om bepaalde aspecten van het evangelie meer te belichten. Als voorbeeld kunnen we Jezus’ offer gebruiken. In het Westen zijn we vooral geneigd om de juridische oplossing van de straf te belichten. Deze benadering zegt dat alle mensen gezondigd hebben en daarom straf verdienen—net als een dief of een geweldpleger een straf zal krijgen van de rechter. Jezus heeft die straf vrijwillig gedragen en voor hen die dat aanvaarden is de straf dus voldaan. In andere culturen zijn mensen minder bezig zijn met de juridische kant van het leven maar meer gericht op schaamte, schande en traditionele angsten voor geesten of voorouders. Hier zal Jezus’ overwinning op het kwaad eerder tot de harten spreken. Jezus had macht over demonen. Jezus werd schandelijk behandeld en naakt aan een kruis gespijkerd. Gescheiden van de Vader stierf Hij. Na drie dagen overwon Hij de dood door weer op te staan uit het graf. Deze aspecten zullen beter begrepen worden. Beide benaderingen laten waarheden van Jezus’ werk zien. Het is echter belangrijk om aansluiting te vinden in de beleving van de toehoorders om dan vervolgens in een later stadium ook de andere aspecten uit te leggen.

Seculiere winst door zendingswerk
Taal
Veelal hebben de Afrikanen op het platteland hun eigen taal en kost het hen veel moeite om te leren in de officiële landstaal. Zendelingen stellen zich vaak als doel om eerst zelf de plaatselijke taal te leren om daarna zo mogelijk de taal op schrift te stellen. Het behoeft geen uitleg dat dit een groot voordeel is voor de doelgroep. Veelal zijn er plaatselijke scholen begonnen tijdens of na dit werk. Als de mensen kunnen lezen en schrijven zijn zij beter bewapend tegen bijvoorbeeld oplichting als ze hun goederen willen in of verkopen.

Gezondheidszorg
Een ander belangrijk aspect is die van de gezondheidszorg. Schoon drinkwater, simpele oplossingen tegen ziekten en AIDS/HIV-voorlichting zijn allemaal projecten waarvan het moeilijk is om de successen in exacte cijfers weer te geven. Afgezien daarvan, zijn veel zendingsorganisaties vastbesloten om voor langere tijd te blijven. In die periode zullen ze proberen om plaatselijke mensen te trainen. Op deze manier kunnen organisaties hun kennis delen en bijgevolg worden de plaatselijke mensen minder afhankelijk.

Economie
Hoewel zendingswerk meestal begint met het verlangen om het evangelie te verspreiden gaat er vaak een enorme vooruitgang van de plaatselijke economie mee gepaard. Zendelingen vinden plaatsen met economische welvaart niet belangrijker of interessanter dan minder winstgevende locaties. Anders gezegd: zendingsorganisaties zijn vrij om te gaan waar ze willen, dit in tegenstelling tot seculiere Niet-Gouvernementele Organisaties (NGOs). Deze organisaties moeten zich vaak aan voorschriften, over waar te gaan en wat te doen, houden. 5 Bovendien, hoe goed de seculiere NGOs ook zijn in het geven van onderwijs en andere zaken, veel Afrikanen van het platteland zullen de grootste moeite hebben om hier volledig van te profiteren—veelal staan hun religieuze overtuigingen in de weg om echte veranderingen door te voeren. 6 Parris zegt er het volgende over:

“Spanning over en angst voor kwade geesten, voorouders, de natuur, het wild, de hiërarchie binnen de stam, en van alledaagse dingen zijn diep verankerd in het gehele Afrikaanse denken. Iedere man heeft én kent zijn plaats en daardoor, noem het angst of respect, drukt een groot last de individuele geest te neer, en wordt de nieuwsgierigheid belemmerd. Mensen zullen niet het initiatief nemen, en zullen de dingen niet in eigen hand nemen of hun schouders onder iets nieuws zetten.” 7

Zendelingen hebben de vrijheid om naar elke bevolkingsgroep, waar men geen toegang heeft tot onderwijs en/of gezondheidszorg, te gaan. Daarbij komt het voordeel dat Christenen niet vanuit een seculier wereldbeeld werken. Dit laatste maakt dat Christenen de religieuze aspecten effectiever tegemoet kunnen treden.

Het Christelijke geloof is sterk afhankelijk, in tegenstelling tot de Afrikaanse religies, van individuele besluiten. Het Christelijke geloof benadrukt een unieke verhouding tussen God en de mens. Christenen hebben geen menselijke bemiddelaars nodig om een relatie met God te hebben. Een Christen hoeft zich dus niet langer te onderwerpen aan een persoon of geest, wat zal resulteren in een moediger houding ten aanzien van vooruitgang. Een naturalistische en materialistische benadering van mensen met diep gewortelde religieuze tradities zal niet veel verschil maken. Het religieuze systeem zal gelijktijdig moeten veranderen. Angsten moeten aangepakt worden. De traditionele Afrikaan zal bepaalde gewoonten niet veranderen uit angst voor de mogelijke negatieve gevolgen—het is maar beter om de oude spirituele orde niet te verstoren. Daarentegen zullen zij, die het Christelijke geloof hebben aanvaard, deze angsten achter zich laten omdat ze weten dat hun nieuwe Redder overwinnaar is over al het kwaad. Parris getuigde er over dat de (Afrikaanse) Christenen die hij ontmoette “altijd anders waren. In plaats van de bekeerlingen geïntimideerd of opgesloten te hebben, heeft het geloof hen bevrijd en geholpen te ontspannen. Er was een levendigheid, een nieuwsgierigheid, een betrokkenheid met de wereld om hen heen, en een openheid in hun omgang met anderen. Dit alles leek te ontbreken in het traditionele Afrikaanse leven. Ze stonden met een rechte rug.” 8

Conclusie
Zendingswerk in Afrika gaat niet alleen om het winnen van zielen. Het heeft veel meer invloed op de veranderingen die iedereen graag in Afrika zou zien. Hoewel seculiere NGOs van grote waarde zijn, kunnen ze de diepste hartverlangens van menig Afrikaan niet bereiken. Veel buiten-stedelijke Afrikanen hebben diepgewortelde religieuze systemen waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze veranderen door seculier onderwijs. Zendelingen zijn echter in staat om deze, vaak met angst gepaard gaande, religieuze ideeën te vervangen met een meer bevrijdende overtuiging.

Het overgrote deel van de zendelingen heeft niet de intentie—en ze zouden die ook niet moeten hebben—om de prachtige Afrikaanse cultuur te veranderen. Niettemin zijn er bepaalde aspecten binnen deze culturen die veranderd zouden moeten worden. 9 Veel Afrikanen zijn analfabeet omdat ze in hun cultuur de lees en schrijfkunst nooit eerder nodig hadden. Maar tijden veranderen en zo ook de manier van handel drijven. Een geletterd persoon zal niet snel het slachtoffer worden van oplichting. Bovendien is de lees en schrijfkunst van grote waarde in het onderwijs. Om bijvoorbeeld te lezen dat bepaalde gebruiken schadelijk zijn kan iemand helpen veranderingen door te voeren in deze (vaak cultureel geïnspireerde) gewoonten. 10

Het doet meer recht aan de zendelingen om te stellen dat zij, in plaats van een cultuur te verpesten, deze juist verrijken. Dit gaat niet alleen op voor de spirituele kant, maar ook in materialistisch opzicht. De holistische benadering heeft bewezen zeer effectief te zijn voor economische groei—en een economische groei onder de volken van het prachtige Afrika is de wens van menig westerling.

Eindnoten

  1. Seculier: ‘niet aan de religie gebonden, wereldlijk, niet tot een orde of congregatie behorend.
  2. Burnett, D., Clash of Worlds: What Christians can do in a World of Cultures in Conflict, (trans.) J. Hofmann, London: Monarch Books, 2002, p. 15.
  3. Burnett, D., World of the Spirits: A Christian Perspective on Traditional and Folk Religions, London: Monarch Books, 2000, pp.126-128.
  4. Of dat ooit het geval is geweest is een andere discussie.
  5. Maggay, M. P., ‘Justice and Approaches to Social Change,’ in (eds.) M. Hoek & J. Thacker, Micah’s Challenge: The Church’s Responsibility to the Global Poor, Colorado Springs: Paternoster, 2009, p.131.
  6. Ibid. p.123.
  7. Parris, M., As an atheist, I truly believe Africa needs God, (vertaling) J. Hofmann, Times Online, website (http://www.timesonline.co.uk/tol/comment/columnists/matthew_parris/article5400568.ece, 2008), Downloadable pdf: http://www.rootedinjesus.net/docs/Parris.pdf.
  8. Ibid.
  9. Maggay, M. P., ‘Justice and Approaches to Social Change,’ in (eds.) M. Hoek & J. Thacker, Micah’s Challenge: The Church’s Responsibility to the Global Poor, Colorado Springs: Paternoster, 2009, p.123.
  10. IZaken als gezonde voeding, vactinaties, persoonlijke hygiëne, gezinsplanning, het opvoeden van kinderen, medische zorg, verwijdering van afval en menselijke uitwerpselen enz.

Download dit artikel in pdf
Printvriendelijke versie
Lees ook Emy’s verhaal

Africa Inland Mission

Africa Inland Mission

Africa Inland Mission (AIM) is een zendingsorganisatie met meer dan 100 jaar ervaring in Afrika. AIM is opgericht in 1895 en richt zich op het continent Afrika en de eilanden in de Indische Oceaan (waaronder Madagaskar). AIM is een evangelische, interkerkelijke organisatie.

Het doel van AIM is het zien ontstaan van levende kerken onder alle Afrikaanse volken. Speerpunt is om diegenen die het nog nooit hebben gehoord bekend te maken met degene die gestorven is om hen te redden – Jezus Christus. AIM streeft ernaar nieuwe gelovigen te helpen om te groeien in hun geloof en hen opgenomen te zien in een kerk waar Jezus centraal staat. Er wordt ook geïnvesteerd in huidige en toekomstige kerkleiders zodat de kerk effectief de gemeenschap kan dienen en deel kan nemen in het zendingswerk ter plaatse en verder weg.

Vanaf het vroegste begin is het streven van AIM geweest samen te werken met de plaatselijke kerk en plaatselijke christenen – indien aanwezig. Het is AIM gelukt om het vertrouwen te winnen van de mensen die zij dient door de vastberadenheid en moraliteit van haar werkers. Ook vandaag werkt AIM waar mogelijk samen met lokale kerken. Zo heeft AIM bijvoorbeeld meerdere teams waarvan de leiders Afrikanen zijn.

Africa Inland Mission werkt in meerdere Afrikaanse landen, zoals onderstaande kaart laat zien. Madagaskar, waar wij gaan dienen, valt onder de regio zuid. Meer lezen? Bezoek dan de site van AIM Nederland.

Onbereikte bevolkingsgroepen

Onbereikte bevolkingsgroepen

AIM richt zich nadrukkelijk op onbereikte bevolkingsgroepen, maar wat zijn dat precies? Volgens Joshuaproject.net hebben onbereikte bevolkingsgroepen onvoldoende volgelingen van Christus en middelen om hun eigen volk bekend te maken met het evangelie. Met andere woorden: onbereikte bevolkingsgroepen hebben geen reële kans om kennis te nemen van het evangelie.

Er zijn naar schatting meer dan 6900 bevolkingsgroepen onbereikt met het evangelie, 42% van het totale aantal mensen op aarde. Het gaat om bijna 3 miljard mensen! In Afrika gaat het om meer dan 900 groepen en 27% van Afrika’s bevolking, ofwel 316 miljoen mensen.

Soms is een bevolkingsgroep maar deels bereikt, of lijkt het alsof de mensen toegang hebben tot het evangelie door het bestaan van een kerk. In Afrika en andere ontwikkelingsgebieden is het belangrijk het evangelie dicht bij de mensen te brengen. Sommige stammen leven zeer geïsoleerd. Analfabetisme zorgt ervoor dat mensen geen toegang hebben tot geschreven informatie. Om deze mensen te bereiken is het nodig dat gelovigen fysiek naar deze plaatsen toe gaan om het verhaal te vertellen in hun eigen taal.

Ook het bestaan van een lokale kerk is geen garantie dat mensen kennis kunnen nemen van het evangelie. Een voorbeeld is een kerkje in Betroka. Betroka, in Zuid-Madagaskar, is een centraal stadje in Bara gebied. In dat kerkje komen geen Bara. Waarom? Een belangrijke reden is dat de preek niet in hun dialect is, ze kunnen geen Malagasi verstaan. De Malagasi bijbel kunnen ze niet lezen. Het ontbreekt de voorganger van het kerkje aan middelen om het evangelie beschikbaar te maken voor de Bara. In dit soort situaties komt AIM graag langszij (en dat is in Betroka ook het geval).

AIM verwacht van haar zendelingen dat zij de lokale taal of dialect leren. Ook is het belangrijk dat zij zich verdiepen in en waar mogelijk aanpassen aan de cultuur, zodat het evangelie op een manier kan worden verteld die past bij de mensen die worden gediend. Het evangelie wordt gebracht in de taal van het hart.