Dichtbij en toch ver weg

Dichtbij en toch ver weg

Tja, daar zitten we dan. Eindelijk terug in Nederland. Eindelijk verlof. Even lekker genieten van alle luxe en dingen doen die anders niet kunnen. Naar het theater; bioscoop; op bezoek bij familie en vrienden; presentaties en woordverkondigingen verzorgen; naar het zwembad; musea en ga zo maar door. Maar nee, in plaatst van leuke gesprekken hebben we het vooral over die ellendige pandemie veroorzaakt door Covit-19 (SARS-CoV-2) oftewel het Corona virus. Een virus, waarvan de familie niet onbekend was, maar zich vooralsnog beperkte tot de Aziatische streken.

Hoe we ons voelen? Dat wordt regelmatig gevraagd. Nou ja, teleurgesteld natuurlijk! Verdrietig ook. Zowel Katja’s ouders als die van mij (Jurgen) lopen alle vier tegen de 80 en zijn ook vanwege gezondheid een risicogroep. Op het moment van schrijven maken zij het goed en daar zijn we dankbaar voor. Maar wat een verdrietige toestand voor zo veel anderen.

Ons gezin komt hier wel weer bovenop. In Maroamboka leven we ook redelijk geïsoleerd en zijn dus wel wat gewend. Thuisonderwijs? Voor ons niet nieuw. Niet zomaar even naar de supermarkt? Ook niet vreemd. Dagen in huis zitten? Tijdens het regenseizoen is dat de regel. Geen wc papier? …Dat hebben wij in Maroamboka niet eens.

Maar dan de medelanders. Een gevoel van paniek, machteloosheid en ontgoocheling. Dit waren we in Nederland niet meer gewend. Wat nu? Alles wat zo gewoon was kan niet meer. De hele dag berichtjes op je telefoon schrijven en lezen gaat ook vervelen. En wat nu als ik het virus ook krijg?

Toch prijzen wij ons gelukkig dat we juist nu in Nederland zijn. De zaken zijn hier geregeld. De ziekenzorg krijgt de hoogste prioriteit. Het sociale vangnet voor gedupeerden kan veel klappen opvangen. Stel nu dat men ziek wordt dan kan men nog steeds de zorg krijgen die men nodig heeft. We mogen ook nog gewoon boodschappen doen en, als iedereen ff normaal doet, is er voldoende. Zoals Rutte zei: “Er is zoveel [wc papier], we kunnen [met zijn allen] tien jaar poepen”.

Met verdriet en zorg in ons hart volgen wij de situatie op Madagaskar. Hoe anders is het daar! Social distance? Wow, ben je wel eens op de markt geweest in een willekeurig stadje. Of heb je wel eens gezien hoe mensen leven? De meeste woningen in een grote stad zijn niet te betalen dus wonen mensen met het hele gezin in kamers. Daar kunnen ze slapen en schuilen voor de regen maar oom daar de gehele dag in te zitten brengt grotere gevaren met zich mee dan Corona. Alles, maar dan ook alles is sociaal op Madagaskar. Het is oneerlijk om te roepen dat ze daar maar even mee moeten ophouden. Dat zou zoiets zijn als het verbieden van het gebruik van internet door particulieren. Laat dat even tot je door dringen.

Gisteravond lazen we het persbericht van President Rajoelina. Veel mensen vinden het een grote boef. Maar nu lijkt het er toch op dat deze boef de zaak Corona heel serieus neemt. Er zijn nu 12 besmette mensen bekend en ze zijn allemaal geïsoleerd. Ongekende maatregelen zijn getroffen. De hoofdstad, Antananarivo, en de grote haven, Tamatave, zijn compleet afgesloten. Geen openbaar vervoer; gezondheids controle punten; Alle kleine winkels een marktjes dicht; Mensen mogen alleen in hun eigen wijk boodschappen doen (1 persoon per huishouden); Verboden om je buiten te begeven tussen 20:00 en 05:00; de voedselprijzen zijn bevroren op straffe van een boete. President Rajoelina spreekt het volk elke avond toe. Om 20:00 op de nationale zender kunnen de Malagasy op de hoogte blijven wat betreft de huidige situatie. Madagaskar is geen onbekende met epidemieën, denk aan de bijna jaarlijkse uitbraken van de pest. Laten we bidden dat de regering ook deze epidemie kan beteugelen.

Ons hart gaat uit naar de Malagasy. Vanwege de vaak slechte omstandigheden waarin men leeft zijn zelfs jonge mensen bevattelijk. Ze ogen sterk. Ze sjouwen 50kg rijst op hun schouders. Maar eenzijdige voeding en onhygiënische, met ratten en parasieten geplaagde woningen, is vragen om een zwak immuunsysteem. Daar komt bij dat veel Malagasy simpelweg doodsbang zijn en een zeer fatalistische houding hebben. Wij horen het maar al te vaak zeggen door onze Malagasy vrienden: “Tja, zo is het nu eenmaal. De Malagasy gaan nu eenmaal snel dood”. Wat doet het ons pijn als ze zo spreken. Wat zouden we graag zien dat ze moedig in het leven konden staan. Dat ze zich zouden beseffen hoeveel ze zelf aan hun ‘lot’ kunnen veranderen. En bovenal, dat ze zich zouden beseffen dat de Almachtige niet ver weg is. Dat Hij Zelf in Zijn Woord naar de wereld is gekomen om haar te redden. Redden van Corona? Redden van de pest? Mogelijk, maar nee, ik denk aan een stuk vrijmoedigheid die komt met het vertrouwen dat Jezus je gered heeft voor de eeuwigheid. Hier onder een citaat van Martin Luther in de tijd dat de pest rond ging als een brullende leeuw, verslindende wie hij maar verslinden kon:

“Ik zal God barmhartig vragen ons te beschermen. Dan zal ik alles ontsmetten, de lucht helpen zuiveren, medicijnen toedienen en zelf innemen. Ik zal plaatsen en personen vermijden waar mijn aanwezigheid niet nodig is zodat ik niet besmet raak en daardoor mogelijk anderen te belasten en te besmetten en zo hun dood te veroorzaken als gevolg van mijn nalatigheid. Als God mij tot Zich zou willen nemen, zal Hij mij zeker weten te vinden. Maar, dan heb ik gedaan wat Hij van mij verwachtte en daarom ben ik niet verantwoordelijk voor mijn eigen dood of de dood van anderen. Maar als mijn buren mij nodig hebben, zal ik die plaats of persoon niet vermijden, ik zal vrijuit gaan zoals ik hierboven heb vermeld. Kijk, dit is het godvrezende geloof dat we mogen hebben omdat het noch hoogmoedig noch onbezonnen is en ook verzoeken we God er niet mee.”

Luther’s Works; Vol. 43, pag. 132 (vertaling: Jurgen Hofmann, 2020).

Taal als bediening

Taal als bediening

Sinds deze maand hebben we een lerares Malagasy die ons thuis les komt geven. Wat een verschil maakt dat! Filamantra (spreek uit: fielaamantsj) staat erop dat we spreken zoals Malagasy dat doen. Het is haar een doorn in het oog dat veel buitenlanders weliswaar keurig Malagasy spreken, maar alle woorden ‘officieel’ uitspreken wat verder niemand hier doet. De Malagasy verstaan je dan wel, maar het is ‘school-Malagasy’ wat erg opvalt en ook moeilijker wordt verstaan. Wij leren dus ‘straattaal’ en dat is te merken ook. Vanaf de eerste lessen hebben we gemerkt dat een enkel goed uitgesproken woord harten opent en ogen doet glinsteren. Het helpt ons ook bij het onderhandelen, omdat meteen duidelijk wordt dat we geen toeristen zijn maar hier wonen. Dat scheelt dus in de portemonnee!

Die correcte uitspraak is wel even wennen. Als we goed Nederlands willen spreken doen we ons best het hele woord uit te spreken. Natuurlijk vervalt er wel eens het een en ander aan het einde van woorden (vinden wordt al gauw ‘vindu’), maar zelden raken hele lettergrepen zoek. In het Malagasy is het echter heel normaal dat één of meerdere lettergrepen niet worden uitgesproken. ‘Wat doe je?’ of ‘Wat gebeurt er?’ vraag je zo: ‘Maninona?’ Je spreekt dat zo uit: /Manienn?/. De aangehouden n is dus de uitspraak van twee lettergrepen! Ook lettergrepen met de uitgang -y vind je in de uitspraak vaak niet terug. Dit is wel even wennen, maar ook leuk!

Wat we mogen afleren is de klank ‘Aah!’ als we iets begrijpen. Dat is namelijk nee in het Malagasy: je schrijft ‘aan’ en zegt zangerig /a-a-ah/ terwijl je je hoofd schudt. Ja is ‘Ieh’ en zeg je /ie-jee/. Het is wat moelijk hieraan te wennen omdat bij ons de a-klank wordt gebruikt voor bevestigingen en de e-klank voor voor ontkenningen of om de aandacht te trekken bij negatieve dingen (voorbeeld: hé, laat dat!) Hier is dat dus precies andersom.

De kinderen krijgen helaas geen les van Filamantra, daar heeft ze niet genoeg tijd voor en dat zou ook erg duur worden. Er wordt niet gewerkt met een uurtarief, maar er geldt een prijs per leerling. Een uur les voor 4 kinderen kost dus vier maal zoveel als een uur les voor 1 leerling! Wij hebben dus apart les genomen, zult u begrijpen. Wat we doen voor de kinderen is dat we rond de maaltijden zelf korte lessen geven. Zo herhalen we wat we hebben geleerd en dat helpt ons ook weer. De kinderen hebben deze steun wel nodig, want in tegendeel tot wat wel wordt beweerd (kinderen leren de taal vanzelf) komt de taal hen niet aanwaaien.

Als gezin leren we ook nog op een andere leuke manier: we zingen Malagasy kinderliedjes. Hieronder kunt u meegenieten van onze favorieten:

‘Tia zaza’ – een liedje met een tekst die doet denken aan ‘Jezus houdt van alle kleine kinderen’.

‘Iza no namorana’ – dit is Dani’s favoriet, vanwege de ‘gekke’ politieagent. De tekst komt sterk overeen met ‘Zeg, wie heeft geschapen …’

‘Miantso anao Jesosy’ – een wat ‘volwassener’ lied met daarin de oproep terug te keren naar Jezus, die ons roept en van ons houdt. Vanya kan hier heel erg van genieten.

Waarom besteden we nu zoveel tijd aan taal? De neiging bestaat om te denken dat het leren van de taal een voorwaarde is, een middel, om later te dienen. Taal is echter nu al bediening. Door het leren van de taal positioneren we ons als leerlingen, stellen we ons nederig op, net als Jezus. In onze houding, door onze interesse in de taal en cultuur en onze inzet Malagasy te spreken getuigen we van God’s liefde. God kwam immers in Zijn Zoon naar deze aarde als mens, maakte verzoekingen door als wij en vereenzelvigde zich in alles met ons. Taal is voor ons de belangrijkste manier om ons te vereenzelvigen met de Malagasy: hen te leren begrijpen, naast hen te staan en oprechte liefde en betrokkenheid te tonen. In dat proces staan wij voorlopig aan de ontvangende kant: in alles hebben we hulp nodig en stellen we ons nederig op. Wij komen niet als betweters, maar als handen en voeten van onze Heer.

We hebben een korte film gemaakt van onze taallessen, waarin Jurgen aan het begin nog eens kort uitlegt wat het belang is van het spreken van de lokale taal:

Knus in de bus en andere verschillen

Knus in de bus en andere verschillen

We zijn hier nu bijna 2 maanden. Hoe ziet ons dagelijks leven in Tana eruit? Wat is anders? En wat is hetzelfde? We zetten het even op een rij.

Water – Rano

In ons huis hebben we stromend water uit de kraan. Dat is niet voor iedereen zo. Vele Malagasi halen water uit een tappunt langs de weg. Soms is die kraan van hen (er zit dan een slot op), soms is het een openbaar tappunt. Wij hebben dus water uit de kraan, maar echt betrouwbaar is dat niet. Met name in het regenseizoen ontbreekt de druk nogal eens. In de keuken hebben we dan ook 2 grote emmers met zo’n 15 liter water als reserve. Daar maken we regelmatig gebruik van.

Het water uit de kraan drinken we liever niet. Er kunnen teveel bacteriën, virussen of parasieten in zitten. Ook veel Malagasi gebruiken gefilterd water of kopen water voor omgerekend € 0,42 per anderhalve literfles. Eén van de klusjes van de kinderen is dan ook het waterfilter bijvullen, flessen vullen en koud zetten en de emmers met voorraad bijvullen.

De smaak van het water is niet geweldig. Ook na filteren smaakt het water lichtelijk naar zwembadwater. De kleur is veranderlijk. Soms komt er modderwater uit de kraan, maar meestal is het helder. Aan de fiters uit het waterfilter is duidelijk te zien dat er altijd wel wat rood stof – de grond van Madagascar heeft een terra cotta kleur – in zit.

Eten – Sakafo

Qua eetpatroon hebben wij niet veel veranderd. We eten nog steeds 2 maaltijden gebaseerd op granen (brood / pap) en een warme hap in de avond. Het kost wel iets meer moeite om de ingrediënten te krijgen. Voor broodbakmix moeten we een km of 10 reizen en voor meel zo’n 20 km. We bakken ons brood zelf, want donker brood is moeilijk te krijgen en is erg duur (ongeveer € 1,50 voor een half brood).

Het Malagasi dieet is gebaseerd op rijst. Sommige gezinnen eten het iedere maaltijd: vary (rijst) met loka (wat je bij de rijst eet). Het middagmaal is het meest uitgebreid. De ingrediënten voor een Malagasi maaltijd zijn overal te krijgen. Bijna iedere straat heeft meerdere kraampjes met groenten en fruit en ook kleine buurtwinkeltjes zijn goed vertegenwoordigd. De kosten daar zijn laag: een kilo tomaten of sperciebonen kost een cent of dertig.

Voordat we aan het koken beginnen moeten we de groenten en het fruit goed wassen. Niet zelden wordt de koopwaar op plastic zeilen, een halve meter van een vuilstort of open riool – uitgestald. Ofwel alle verse waar moet goed gespoeld worden met gefilterd water (kost veel water!) of 10 minuten weken in water met een druppel chloor. Dat laatste proef je gelukkig niet of nauwelijks.

De was – Manasa lamba

Wassen gebeurt in de meeste gezinnen op de hand. Wie een beetje geld heeft huurt daarvoor een mpanasa lamba, een wasvrouw, in. Wasmachines zijn wel te koop, maar voor dat geld kun je een wasvrouw 3 jaar lang aan een deeltijdbaan helpen. Gelukkig hebben wij een dame die ons tweemaal per week helpt met de was. Het wassen van onze kleding, handdoeken, luiers en linnen neemt per week meer dan een volle werkdag in beslag. Een nadeel van het wassen op de hand is dat kleding van al dat schrobben een stuk sneller slijt.

De was drogen we buiten aan de lijn. Het is duidelijk te zien dat de zon hier krachtig schijnt: de kleuren vervagen snel. Laatst deed Jurgen een zwart t-shirt aan waarvan we meteen zeiden dat goed te zien was dat hij dat shirt sinds ons vertrek uit Nederland nog niet gedragen had. De was droogt snel in de zon, maar nu het regenseizoen is zijn we vaak net te laat met het binnenhalen en is alles weer kletsnat – extra spoelen zeg maar.

Vervoer – Fiara

We hebben nog geen eigen fiara – voertuig – en daar zijn we blij om. Doordat we gebruik maken van de benenwagen en de bus maken we contact met mensen en leren we weer wat meer van de taal. Mensen verwonderen zich wanneer blanken gebruik maken van de bus of lopen, ze zijn er meer aan gewend dat blanken een eigen auto hebben of een taxi nemen.

In de bus is het knus. Voorin bij de chauffer zijn 2 zitplaatsen. Daarachter zijn 5 rijen met aan weerskanten 2 stoelen. In het gangpad kan een stoeltje naar beneden geklapt worden en zo heb je 28 personen aan capaciteit. Daarbij komt nog de ‘conducteur’ die de achterdeur bedient, roept waar de bus heen gaat en geld int, en dan nog de kinderen die op schoot zitten en de mensen die achterin en op de bumper staan. Tijdens drukke ritten blijken er zomaar 40 mensen mee te kunnen. Heuvel op moet er dan flink gas gegeven worden!

Lopen doen we als we naar de markt een paar kilometer verderop gaan. Voor de frisse neus hoeven we dat niet te doen, want er hangt veel smog in de lucht. Echt veilig is een wandeling langs de weg ook niet, want een stoep is er niet. Sommige Malagasi hebben een fiets, maar daar wagen wij ons niet aan, want ook fietspaden zijn er niet.

Reizen in een gewone auto is ook anders dan in Nederland. Gordels – als ze er al zijn – worden niet of nauwelijks gebruikt en speciale kinderstoeltjes zijn er niet. Het aantal mogelijke passagiers mag je ook hier ruim zien: in een normaal formaat auto passen makkelijk 3 volwassenen en 8 kinderen als je de achterbak gebruikt (een favoriete plek bij onze kinderen!).

De taal: Malagasy

Iets wat duidelijk anders is, is de taal. Malagasi is heel anders dan de Europese talen, afgezien van de vele Franse (bijna) leenwoorden als ‘fromage’, ‘tomobile’ en ‘broussi’. Gelukkig onthouden we steeds meer woorden. De zinsopbouw en grammatica is wel wat raadselachtig voor ons. Het onderwerp komt bijna altijd achteraan en werkwoorden worden alleen vervoegd voor verleden en toekomende tijd, maar niet voor het onderwerp. Er zijn veel voorzetsels van plaats om precies aan te kunnen geven waar iets is. Een favoriete zin van Katja is: ‘Manana zanaka dimy aho’, wat zich letterlijk laat vertalen als ‘Hebben eigen kinderen vijf ik.’

De Malagasi worden er heel erg blij van als we ons beperkte Malagasi laten horen. Ze lijken nog vrolijker te worden als Jurgen laat weten geen Frans te spreken. Zijn favoriete zin is: ‘Tsy mahay teny Frantsay i aho’, wat zich letterlijk laat vertalen als ‘Niet goed zijn in taal Frans ik.’ Ze vinden het fijn wanneer je je best doet om hun taal te gebruiken en erg complimenteus. We doen ons best de mensen vriendelijk te begroeten en daarin is het hier al net als thuis: de mensen worden er blij van en zien je graag.

School – sekoly

De meeste kinderen in Tana gaan gewoon naar school, al komt kinderarbeid hier en daar wel voor. De voorkeur van ouders is dat hun kinderen naar een privéschool gaan. De meerkosten daarvan bedragen ongeveer 7 euro per maand per kind. Daarmee zijn hun kinderen verzekerd van iedere werkdag school van ongeveer half 8 tot 12 en van 2 tot half 5. De openbare scholen staan niet zo goed aangeschreven omdat de leraeren niet altijd komen opdagen en de kwaliteit van de lessen laag ligt. Op woensdagmiddag zijn de kinderen hier ook vrij, maar middelbare scholieren hebben daarentegen ook les op zaterdagmorgen. Na school moet er nog een flinke portie huiswerk gemaakt worden. Kinderen maken dus lange dagen.

Naar aanleiding van het Malagasi ritme (vroeg opstaan, lange middagpauze en vroeg naar bed) heeft Katja de schooltijden van onze kinderen ook wat aangepast. Ze krijgen na de lunch rusttijd op hun bed en daarna les tot 4 uur. Het is tot nog toe een uitdaging om alle werk gedaan te krijgen. Er worden in ons huis vier talen geleerd (Nederlands, Engels, Duits en Malagasi) wat de nodige tijd kost. Ook zijn er veel onderbrekingen: we krijgen spontaan bezoek, gaan naar de markt, Siemen heeft aandacht nodig, etc.

Post – posta

Iets waar we wel erg aan moeten wennen is de post. Van de posterijen maken maar weinig Malagasi gebruik. Brievenbussen om post in te deponeren zijn we nog nergens tegengekomen. Postkantoren zijn ook erg dun gezaaid.

Om post te ontvangen hebben wij een postbus in de binnenstad. Iedere week haalt een teamlid de post op. Als er een pakket is binnengekomen moeten we dat persoonlijk gaan afhalen – een halve dag werk (zie vorige nieuwspagina). Post vanuit Nederland doet er ongeveer een maand over om hier aan te komen. Post naar Nederland zo’n drie à negen weken. Vanaf onze aankomst hebben we (vooral Abbey) al meerdere brieven verstuurd, maar sommige kwamen pas in januari aan.. We zijn erg dankbaar voor onze internetverbinding!

Twee ritjes naar de stad

Twee ritjes naar de stad

Katja heeft een paar weken geleden twee Nederlandse boeken besteld. Ze werden na15 Madagaskar verstuurd. Om het pakketje te halen moest Katja naar Analakely, Tana reizen (17km). Omdat alle bussen vol waren moest ze het eerste stuk met de taxi. Het tweede traject ging ze met de bus. Met een tweede bus arriveerde ze uiteindelijk in Analakely. Daar moest ze eerst een stuk bergopwaarts lopen om bij het postkantoor te komen. Hier kreeg ze een stempel en handtekening waarmee ze weer naar beneden moest voor een tweede postkantoor. Op dit kantoor wilde ze eerst nog haar paspoort zien en moest ze een handtekening zetten om vervolgens nog een stempel te krijgen. Samen met de stempels, handtekeningen en 2000 ariary kon ze haar pakket in ontvangst nemen. Gelukkig was er een bus die het hele eind in één keer terug reed. Al met al was Katja 4 uur zoet om een pakketje op te halen.

Vandaag gingen Vanya en ik (Jurgen) naar de apotheek in Akorondrano, Tana (14km). Daar hadden we de vaccinatie voor Siemen besteld. We vertrokken om 10 uur ‘s ochtens met de bus. Dertig minuten later moesten we overstappen. We arriveerde om 12 uur bij de apotheek. We gingen eerst even snel naar de Jumbo (supermarkt) om volkorenmeel te kopen. Daarna liepen we terug om te ontdekken dat de apotheek tot 13:30 gesloten was. We kochten wat brood om te eten en hebben het afgewacht. Toen we de vaccinatie hadden wilden we weer terug naar Mandriambero. Alle bussen waren overvol en stopten niet voor meer mensen. Na een uur gewacht te hebben begon het te regenen en hebben we maar een taxi genomen. Net op tijd want het begon te hozen. De taxi was wat oud en er ontbrak een raam. Daarbij kwam ook nog dat het dak niet meewerkte in ons voordeel (lek). De taxi moest erg langzaam rijden omdat er anders water in de motor kwam. We hebben verschillende keren stil gestaan door toedoen van natte bougies… Al met al, arriveerde we thuis om 15:40 EN het beste van alles is dat we Siemen’s vaccinatie hebben. Het kostte ‘maar’ zes uurtjes om het te halen 🙂

Verslag eerste weken

Verslag eerste weken

ABO (Africa Based Orientation)
Na een 8 uur durende vlucht kwamen we op zaterdag 10 oktober even na 8 uur ‘s avonds veilig aan in Nairobi. Na aankomst hebben we 3 nachten gelogeerd in het gastenhuis van AIM in Nairobi om vervolgens op dinsdag 13 oktober door te reizen naar Nakuru voor de conferentie.

We waren niet alleen! Totaal 22 volwassen en 28 kinderen—allemaal bereid om de Heer te dienen op heel verschillende plaatsen. Om de foto rechts beter te bekijken kunt u er op klikken. We hebben de eerste week stilgestaan bij de Afrikaanse cultuur en waarden. Een en ander werd gepresenteerd door een Afrikaan die jaren in Engeland heeft gewoond en zodoende ook de westerse cultuur en waarden begrijpt. Het was ook erg goed om te praten met de andere zendelingen waarvan sommige al meerdere maanden of jaren op het zendingsveld aanwezig waren. We hebben veel van elkaar geleerd.

Andere onderwerpen die aan bod kwamen waren het Afrikaanse wereldbeeld, veiligheid en gezond leven… Wat te doen als je gebeten wordt door een slang of wat zijn de symptomen van bepaalde parasieten. De laatste week hadden we het over hoe je als zendeling werkelijk verschil kunt maken en verdiepten we ons in wereldreligies.

Bezoek lokale kerk
De drie zondagen werden benut om plaatselijke kerken te bezoeken. Wij waren ingedeeld in een kleine AIC (Africa Inland Church). De eerste zondag hebben we ons voorgesteld en heeft Jurgen kort verteld hoe hij tot geloof is gekomen. Onze namen zijn minder makkelijk uit te spreken dus werd Jurgen al snel ‘babba Isaiah’ en Katja ‘mamma Isaiah’ (naar onze oudste zoon Issa, wat Swahili is voor Jesaja) genoemd. Gasten, met name mzungus (witte man), komen er niet zo makkelijk vanaf. Jurgen moest de week er op maar even de woordverkondiging doen en Katja had vast wel ideeën voor de zondagsschool.

Na de kerkdiensten werden we uitgenodigd om bij iemand thuis te eten. Dat was een hele ervaring. Onze handen werden door de gastvrouw gewassen en daarna werd het eten opgediend. Wat ons opviel was dat men trots was op hun bezitting en dat ze geen enkel probleem hadden met het fotograferen daarvan. De laatste zondag werden we uitgenodigd bij één van de ouderlingen thuis. Dit was wat verder weg dus mochten we de auto van de voorganger lenen. Of Jurgen die wilde besturen… Geen stuurbekrachtiging, geen handrem, remblokken zo goed als versleten, koppeling… euh, gewoon een beetje harder duwen. En dan de weg! Wauw, autocross trajecten zijn er niets bij. Maar goed, ze wilde ons de wandeling besparen want dat zijn mzungus niet gewend. De andere leiders van de kerk kwamen 40 minuten later aan met de boodschap dat de wandeling goed voor hen was. De terugweg bestuurde de voorganger de auto zelf. Zijn kinderen reden ook gelijk mee. Tien mensen passen toch makkelijk in zo’n auto? In Afrika wel.

Hoe vonden de kinderen het?
Vanya had het erg naar haar zin. Zo verteld ze dat ze allerlei knutsletjes maakte met betrekking op de Afrikaanse culturen. Ook vond ze het interessant om te leren wat ze wel en wat ze niet moeten doen. Zo is het in de Afrikaanse cultuur niet gebruikelijk dat kinderen de oudere mensen recht aankijken. Ook het zomaar aanspreken van een oudere is niet gebruikelijk. Vanya zegt dat ze blij is om dat al vast maar te weten.

Issa: ‘Er was een heel leuke speeltuin en het eten was lekker. Ik heb ook nieuwe vrienden gemaakt. We hebben geleerd over 14 verschillende dieren en landen.’

Abbey: ‘Ik vond het leren over andere landen leuk. Ook het doen van projecten was leuk. De tussendoortjes waren lekker en we deden ook spelletjes.’

Dani: ‘Juf heeft een boekje gegeven en dat was alles van ABO.’

Siemen: ‘…. ‘

Antananarivo (Tana), Madagaskar
Op vrijdag 6 november zijn we doorgereisd naar onze bestemming Tana, Madagaskar. We hebben het hier goed en gaan morgen even een wandeling maken over de plaatselijke markt. De kinderen genieten van het spelen met hun nieuwe vriendjes.

We proberen zo nu en dan te filmen. Als de elektriciteit en het internet het toestaan zullen we de filmpjes uploaden zodat u het kunt bekijken op onze multimedia pagina.

Taalstudie en introductie
We doen ons best om het Malagasy te leren. Dat gaat nog niet zomaar. Hoewel ik (Jurgen) geen Frans gehad heb op school kan ik toch aardig volgen wat Katja zegt. Dit komt omdat we overeenkomsten hebben in taal. Deze overeenkomsten heeft het Malagasy niet. Geen enkel kapstok om bepaalde woorden of zinnen aan op te hangen en geen enkele overeenkomst met de westerse grammatica. We doen gewoon ons best en dat loont want sommige woorden en zinnen lukken al een beetje. Woorden zoals ‘goede dag’ (manao hoana), ‘goede dag’ , ‘sorry’ (azafat) en ‘bedankt’ (misaotra anao). Zinnetjes als ‘mijn naam is…’, ‘wat is jou naam?’ en ‘hoe gaat het met je?’, enzovoorts. We vinden het leuk om de nieuwe taal de oefenen en spreken maar het is wel vermoeiend.

Als het goed is komt Anna Jarmy (interim leidster AIM Madagaskar) deze week bij ons langs om een programma met ons op te zetten. Het overgrote deel zal bestaan aan structurele taaloefeningen. We gaan kijken of we een taalhelper kunnen krijgen zodat het één en ander wat sneller gaat. Anna wil ook nog kijken of we een paar dagen bij een Malagasy gezin kunnen verblijven. Dit zodat we de cultuur en het gezinsleven beter gaan begrijpen. Anna heeft al wel gezegd dat het nog niet zo eenvoudig is om een gezin te vinden die zeven mensen kan bergen… We wachten het af.

Visa
We zijn nu vooral bezig om ons tijdelijke visum om te zetten naar een werkvisum. Dit is nog niet zo eenvoudig. We spreken nog geen Malagasy, en Frans wordt moeilijk begrepen (terwijl men dit toch op school geleerd zou hebben). Gelukkig kunnen we hulp krijgen van Parany. Deze man werkt op het AIM kantoor en spreekt aardig Engels. Toch proberen we zoveel mogelijk zelf te doen… Dat is leuk en het helpt bij het ‘inburgeren’. Alleen al de wandeling naar de diverse kantoortjes is een belevenis. De Malagsy begroeten in eerste instantie met ‘bonjour’ maar zijn blij verrast als ze dan in ene ‘Manao Hoana’ of ‘Salama’ te horen krijgen! Nadat al het voorbereidende werk gedaan is geven we de rest van de aanvraag uit handen. Roland is een man die de visa meestal regelt. Hij staat goed bekend bij de grotere kantoren en wordt niet snel van het kasje naar de muur gestuurd.

Eten
Eten kopen is ook leuk. Heerlijke mango’s voor maar € 0,08 per stuk en stokbrood voor maar € 0,11. Er is van alles te koop in de kraampjes. Van de week hadden we 1 kilo tomaten, 1 kilo wortels en zo’n 400 gram sperziebonen voor maar 2400 Ariary (€ 0,67). Andere dingen zijn weer moeilijker te verkrijgen. Volkorenbrood of andere volkoren producten kunnen alleen in de supermarkt gekocht worden. Daar betaal je dan ook gelijk een stuk meer voor.

Andere cultuur!
Dat we in een andere cultuur zijn aanbeland is wel duidelijk. We hebben al twee keer spontaan bezoek gehad. Dat betekend dat je alles even neerlegt en koffie gaat maken. Koekjes erbij en kletsen maar. Dat laatste is natuurlijk minder eenvoudig maar doordat we de simpele regels van de cultuur volgen brengen we het er toch goed vanaf. De schaal met koekjes staat op tafel en nadat we de gasten eerst aanbieden nemen we zelf. Natuurlijk moeten de koekjes wel op! Iets dat de kinderen niet erg vinden. Later in de week gingen Vanya en Jurgen op bezoek. Er stonden zes glazen op tafel dus waar waren de andere gezinsleden? Na uitgelegd te hebben dat Katja en de andere kinderen wel heel moe waren en dat Jurgen daarom besloten had om alleen de oudste mee te nemen was er een algemene instemming en opluchting. Instemming omdat Jurgen de oudste (Vanya) als vertegenwoordiger had meegenomen en opluchting omdat het dus niet aan de gastheer lag. Op Madagaskar is, in tegenstelling tot Kenia, het oudste kind belangrijk. Werden we in Kenya ‘vader of moeder van Issa’ genoemd, hier worden we ‘dadda/mamma nie Vanya’ (vader of moeder van Vanya) genoemd.

Als u wilt weten wat nu de grootste verschillen zijn in cultuur dan kunnen we u Sarah A. Lanier’s boekje, ‘Foreign to Familiar’ (te verkrijgen via o.a. Amazon) aanraden. Sarah heeft elf jaar in Nederland gewoond en kan daardoor heel goed uitleggen, met Nederland als prima contrast, wat de verschillen zijn vergeleken met warmere landen.

Het is leuk om alles dat we geleerd hebben over culturen nu ook écht te zien gebeuren. Tegelijkertijd zijn we aan het eind van de dag vreselijk moe. Het einde van de dag is hier rond 18:00, dan is het donker en het wordt ‘s ochtends om 05:20 weer licht. Ons ritme is dus veranderd. We staan rond 06:00 op en gaan rond 20:30/21:00 naar bed.

We zouden nog veel meer kunnen vertellen maar dat bewaren we voor een volgende keer.

We wensen u Gods rijke zegen toe of wel ‘Andriamanitra ny fitahian’.

Wat wij gaan doen

Wat wij gaan doen

Wanneer wij in Antananarivo (Tana) aankomen worden we ingevoegd in het Tana FOCUS team. Dat team heeft de visie Malagasy christenen op te leiden tot zendelingen in eigen land, vervolgens hen te begeleiden wanneer zij werken onder de onbereikte bevolkingsgroepen op het eiland en uiteindelijk hen te bemoedigen zending te gaan bedrijven in Indonesië, waar de wortels van veel Malagasi liggen (zie het artikel over Madagaskar). Het is de visie van AIM om waar mogelijk samen te werken met de plaatselijke kerk. We vinden dit dan ook een geweldig initiatief en werken er graag aan mee.

Tijdens ons verblijf in Tana zullen we flink aan taalstudie doen en ons verdiepen in de cultuur en geschiedenis van Madagaskar. Ondertussen blijft Katja ook het onderwijs van de kinderen verzorgen.

De leidinggevende over het werk van AIM op Madagaskar heeft voorgesteld dat wij daarnaast gaan helpen bij het verder in kaart brengen van de onbereikte bevolkingsgroepen op het eiland en het onderzoeken naar de mogelijkheden tot zending onder hen. Zodoende zullen we verschillende locaties en bevolkingsgroepen bezoeken. Op termijn is de hoop dat wij een nieuw team gaan starten op één van die locaties.

Samengevat is dit waar we mee bezig gaan:
– het opleiden van Malagasi christenen tot zendelingen;
– taalstudie;
– oriëntatie op de geschiedenis en cultuur van Madagaskar;
– helpen onbereikte bevolkingsgroepen in kaart te brengen;
– op termijn een nieuw team opzetten onder een onbereikte bevolkingsgroep;
– terwijl Katja de kinderen voorziet van onderwijs.

Andere startlocatie

Andere startlocatie

De afgelopen maand is een enerverende geweest voor ons. We kregen te horen dat bij nader inzien het team in Betroka voorlopig geen nieuwe zendelingen kan opnemen. Dat was een harde klap voor ons. We hebben begrepen dat de teamleiders gevoelen dat zij op het moment geen voldoende begeleiding kunnen geven aan nieuwkomers, omdat de huidige teamleden en de situatie ter plekke al veel van hen vragen. Dit was een grote teleurstelling voor ons.

Gelukkig is er een oplossing gevonden die ons op het lijf lijkt geschreven. De AIM leiding die het werk op Madagaskar overziet, heeft ons aangeboden eerst naar de hoofdstad, Antananarivo (Tana) te komen. Daar gaan we deel uitmaken van een team dat plaatselijke christenen opleidt tot zendelingen onder onbereikte bevolkingsgroepen op Malagassische bodem. Onderwijl gaan we de taal leren, ons verdiepen in de cultuur en in de visie en strategieën van AIM Madagaskar.

Er zijn nog veel onbereikte bevolkingsgroepen op Madagaskar, vooral in het zuiden waar ook de Bara wonen. AIM is bezig deze bevolkingsgroepen in kaart te brengen en te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om hen te bereiken. De bedoeling is dat wij vanuit de hoofdstad ook verschillende reizen gaan maken naar onbereikte bevolkingsgroepen om hierbij te helpen. Zo de Heer wil worden wij vervolgens betrokken bij het opzetten van een nieuw team onder een onbereikte bevolkingsgroep.

Het vooruitzicht betrokken te mogen zijn bij de opleiding van plaatselijke christenen tot zendelingen en op termijn – zo mogelijk – bij het opzetten van een nieuw team onder een onbereikte bevolkingsgroep vervult ons met dankbaarheid. Wij zien verwachtingsvol uit naar het dienen op Madagaskar.

De wens is geuit dat wij in januari 2015 aansluiten bij het team in Tana. Het is dan ook erg belangrijk dat we op korte termijn voldoende financiële supporters hebben. Wilt u helpen dit mogelijk te maken? Hartelijk dank daarvoor.