Madagaskar

Madagaskar

Madagaskar is een groot eiland in de Indische Oceaan, wat behoort bij Afrika. Het ligt 400 km van Afrika af en ligt ter hoogte van Mozambique. Het eiland heeft een oppervlakte van ongeveer tweemaal Groot Britannië of Frankrijk en de Benelux samen. Van noord naar zuid meet het ongeveer 1500 km, van oost naar west zo’n 500 km. Vanwege haar grootte en de biodiversiteit wordt Madagaskar ook wel ‘het achtste continent’ genoemd.

De eerste bewoners van Madagaskar kwamen naar schatting rond het begin van onze jaartelling tot 700 na Christus op het eiland aan. Zij kwamen uit Zuid-Oost Azië (voornamelijk de Indonesische archipel), het vasteland van Afrika en uit Arabië. Het waren dus eigenlijk de buren – zij het op grote afstand over zee – die het eiland kwamen bewonen. In 2013 bewoonden zo’n 22 miljoen mensen het eiland.

Madagaskar wordt bewoond door 18 verschillende bevolkingsgroepen. Soms kun je aan hun uiterlijk zien waar hun voorouders vandaan zijn gekomen. Zo lijken de Bara en de Mikéa het meest op Afrikanen met hun donkere huid en kroeshaar, terwijl de Mérina lichtbruin zijn en stijl zwart haar hebben net als Indonesiërs. Malagasi is de taal die op het hele eiland gesproken wordt, maar die 10 varianten heeft die behoorlijk van elkaar verschillen.

Vroeger vormden deze stammen ieder een eigen koninkrijk met eigen wetten. Er waren onderlinge oorlogen. In de 17e eeuw werd Madagaskar een tussenstop voor schepen die naar Oost-Indië voeren. Slavenhandelaren, piraten, handelaren en schipbreukelingen deden het eiland aan. In 1828 hadden de Mérina het grootste koninkrijk, zij hadden bijna het hele eiland veroverd. Daaraan kwam een eind toen de Fransen van Madagaskar in 1896 een kolonie maakten. De Mérina-koningin werd weggestuurd en Frans werd de nieuwe landstaal. In 1960 werd Madagaskar een onafhankelijke republiek met één centrale regering.

De meeste Malagasi hangen een volksgeloof aan waarin voorouderverering een grote plaats inneemt. De geesten van de voorouders moeten tevreden gesteld worden om onheil te voorkomen. Ambiosy (toverdokters) geven raad, voorspellen de toekomst en treden op als tussenpersoon tussen de mensen en de geestenwereld. Men gelooft in een schepper, Zanahary of Andriamanitra, maar die is ver weg en bemoeit zich niet met hen. Kenmerkend voor het Malagasi volksgeloof is de gewoonte gestorvenen herhaaldelijk opnieuw te begraven, waarbij er een groot feest wordt gegeven.

De eerste zendelingen (protestanten) kwamen in 1818 op het eiland aan. Zij deden hun evangelisatiewerk voornamelijk door lees- en schrijflessen te geven met behulp van een Malagasi Bijbel. De openbare scholen waarop zij les gaven, waren door de zendelingen gesticht op verzoek van Mérina-koning Radama I. In 1835 moesten de zendelingen het eiland noodgedwongen verlaten, omdat koningin Ranavalona het praktiseren van het christelijk geloof verbood. De jonge kerk werd hevig vervolgd tot haar dood in 1861. De zendelingen keerden terug en de kerk bloeide als nooit tevoren. Helaas ‘bekeerden’ velen zich ook tot het christendom vanwege politieke redenen, terwijl zij het volksgeloof bleven praktiseren. Het protestantse christendom werd populair onder de Mérina bovenklasse en de regering, waardoor het evangelie soms in een kwade reuk kwam bij andere bevolkingsgroepen die door de Mérina werden overheerst.

Hoewel wel degelijk gesproken kan worden van een levende kerk van Jezus Christus, heeft het geloof zich niet over heel het eiland verspreid. Het bleef vooral het geloof van de mensen van het centrale hoogland (voornamelijk Mérina), terwijl de gelovigen weinig tot niets ondernamen op het gebied van zending onder de andere stammen van Madagaskar. Hierin begint steeds meer verandering te komen. Waar mogelijk werkt AIM dan ook samen met lokale christenen en leidt hen bijvoorbeeld op tot zendeling in eigen land.

Van de 18 bevolkingsgroepen op Madagaskar is van ten minste de Antandroy, Antanosy, Mahafaly, Tanala, Antakarana, Bara, Gujaraty en Sakalava bekend dat zij (grotendeels) onbereikt zijn met het evangelie. Meer informatie over deze bevolkingsgroepen en gebedspunten kunt u vinden op www.prayafrica.org.

Kinderen en zending

Kinderen en zending

Zo nu en dan krijgen we vragen over de kinderen.

We willen deze vragen graag op deze pagina beantwoorden. Het antwoord op de eerste vraag kunt u hieronder lezen. De andere zullen nog volgen.

Mocht u relevante vragen hebben voor deze pagina dan horen we dat graag: Contact

Is het wel verantwoord om met kinderen de zending in te gaan?

Voordat we de eigenlijke vraag beantwoorden willen we het vanuit een andere hoek bekijken. Als we naar andere zendelingen kijken, valt ons op dat ze veelal op jonge leeftijd vertrekken en kinderen krijgen terwijl ze op het zendingsveld zijn. Niets mis mee natuurlijk want zo gaat het leven: men trouwt en wordt hopelijk gezegend met kinderen. Maar nu onze vraag. Waarom vind niemand het gek dat men kinderen op het zendingsveld krijgt maar wél als men ze al heeft en dan pas vertrekt? In beidde gevallen krijg je te maken met kinderen die opgroeien in twee of meerdere culturen en mogelijk in de ene cultuur ‘primitiever’ moeten leven dan in de andere. Kinderen, geboren op het veld, krijgen onherroepelijk te maken met een terugkeer (hetzij voor korte of langere duur) naar de cultuur van hun ouders. Bij ons zal dat niet anders zijn. De kinderen zijn nu gewend aan Nederland en zullen straks voor een bepaalde periode moeten wennen aan een andere cultuur.

Nu de eigenlijke vraag. We zijn ons terdege bewust van de verantwoordelijkheid die we over onze kinderen hebben gekregen. Dit maakt dat we heel bewust kijken naar de locatie waarheen we uitgezonden zullen worden. Er zijn nu eenmaal landen waar het voor Westerlingen niet veilig is. Ook zijn er projecten die absoluut niet geschikt zijn voor gezinnen. Hierbij kun je denken aan projecten waarbij de zendelingen moeten meereizen met bijvoorbeeld herders die hun vee in onherbergzame gebieden hoeden.1 We hebben samen met Africa Inland Mission (AIM) gekeken naar de mogelijkheden. Zodoende kwamen we op Madagaskar uit. De verschillende bevolkingsgroepen staan niet vijandig tegenover blanken. Het landschap waar we zouden gaan wonen is niet onveilig en de toegangswegen zijn over het algemeen redelijk goed. Daarbij komt dat we het werk alleen op uitnodiging van de plaatselijke mensen gaan doen, we zullen dus welkom zijn. Zaken als hygiëne en medische zorg worden heel serieus genomen. Zo zullen we in een huis gaan wonen met een betonnen vloer waardoor we geen last van binnenstromend regenwater hebben. Er zullen sanitaire voorzieningen getroffen worden. Daarnaast zal er een verbinding (telefonie en internet) zijn zodat we contact kunnen onderhouden met het thuisfront én met andere belangrijke personen/instanties. Nee, we zullen geen grote (naar westerse maatstaven) luxe hebben maar in de belangrijkste levensbehoeften van ons én de kinderen zal absoluut voorzien worden.

Voor de kinderen is het een unieke ervaring. In een wereld die in een snel tempo globaliseert zal deze ervaring zeker een voordeel zijn. Zo zullen de kinderen al snel leren dat andere gewoonten niet per definitie verkeerd zijn… het is gewoon anders. Ze zullen ook leren om in een vreemde omgeving te functioneren. Aanpassen aan de mensen, de taal leren, ontdekken wat je wel of wat je juist niet moet doen of overnemen van de ander cultuur. Deze kennis en ervaringen zullen later zeker in hun voordeel zijn.

AIM is zich ook bewust van de impact die de verhuizing kan hebben. Dit bewustzijn uit zich onder andere in de cursussen die alle (AIM)zendelingen moeten doen. Zo hebben we in 2014 een Europe Based Oriention (EBO) week gehad. Hier was speciaal voor de kinderen een programma waarin ze leerden over allerlei situaties waarin ze terecht kunnen komen als zendingskinderen. Deze cursus zal worden uitgebreid met de Africa Based Orientation (ABO) welke maar liefst drie weken in beslag nemen. Naast deze twee belangrijke cursussen hebben we samen ook een cursus, speciaal gericht op het welzijn van (zendings)gezinnen, gevolgd. Ook hier werden de kinderen apart onderwezen. Naast al deze georganiseerde cursussen doen we in het gezin ook veel aan wereld oriëntatie. Concreet betekend dit dat we de kinderen van alles over verschillende culturen en landen leren. Sinds we weten dat we naar Madagaskar gaan spits dit zich vooral toe op de de volken van Madagaskar, hun woongebieden, talen en gewoonten. De kinderen hebben er dan ook ontzettend veel zin in om te gaan. Natuurlijk is er ook wel het gevoel van achterlaten (de oudste twee kunnen dit goed onder woorden brengen) maar over het algemeen kunnen ze niet wachten totdat we gaan. We geloven dat dit alles zal bijdragen aan het welzijn van de kinderen en zal de overgang vloeiender gaan omdat er al veel zaken besproken en uitgelegd zijn.

Eindnoten:

  1.   Zie bijvoorbeeld het AIM Extreme Lesotho team: http://eu.aimint.org/lesotho-shepherds-basic-living/ en klik hier om een video te zien over deze herders.

Wat vinden zendingsorganisaties daarvan?

Bij dit antwoord lopen we het gevaar dat we mensen mogelijk tegen het hoofd stoten. Toch willen we het één en ander graag uitleggen met de hoop dat men er vanuit gaat dat we niemand willen veroordelen voor keuzes die ooit gemaakt zijn.

Deze vraag kwam een beetje voort uit de gedachte dat een zendingsechtpaar met vijf kinderen maar weinig tijd zouden hebben voor het ‘werk.’ Een begrijpelijke, maar erg westerse gedachte. Waarom westers? Omdat de gedachte suggereert dat zowel man als vrouw volledig moeten werken en dat kinderen dat enigszins ‘in de weg’ staan. In de zending was dat vaak niet anders. Er werd regelmatig gekozen voor een internaat of een andere ‘oppas’ regeling. Op die manier konden zowel papa als mama Gods werk doen.

Een opmerking die we wel eens gehoord hebben, was of al die zendelingen van vroeger het dan toch zo verkeerd gedaan hebben. Hierop kunnen we heel kort antwoorden: Nee! Maar met de tijden zijn ook de inzichten veranderd. Zendelingen hebben soms heel grote offers gebracht op gezinsgebied waarvoor we veel respect hebben. Maar met de nieuwe inzichten en de lessen van vroeger willen we graag ons voordeel doen en hopen we net als al die andere zendelingen dat Gods koninkrijk mag groeien!

We hebben al de term ‘westers’ laten vallen. In veel niet-westerse culturen is het opvoeden en zorgen voor de kinderen een taak die men niet zomaar aan anderen overlaat. Natuurlijk werkt moeder buitenhuis maar de kinderen zijn nooit ver van haar vandaan. De familiebanden zijn zeer belangrijk en, het hebben van kinderen, betekend veelal zekerheid voor later. Daarbij komt ook dat diverse volken kinderen zien als een zegen van God. Hoe meer kinderen, hoe meer men gezegend is. Organisaties zijn er achter gekomen dat individuele christenen moeizamer in contact komen met de plaatselijke bevolking. Dit lijkt vreemd omdat ze over het algemeen veel meer tijd hebben dan zendelingen met een gezin. Het werk dat verzet wordt door deze individuele zendelingen is enorm! Maar als het aankomt op sociale banden aangaan zijn de gezinnen vaak in het voordeel. Kinderen zoeken elkaar, waar dan ook op de wereld, op. Ouders hebben een gemeenschappelijke interesse en zullen hierdoor sneller stof tot praten hebben. In culturen waar familie belangrijk is, doet het vreemd aan als de kinderen van die vreemde westerling niet thuis zijn.

Zo zijn er natuurlijk nog veel meer voordelen te noemen maar we gaan ervan uit dat u de logica ziet. Zendingsorganisaties zijn blij met alle aanmeldingen maar geven aan dat ze in bepaalde situaties graag gezinnen uitsturen. AIM is hierin niet anders. AIM was erg enthousiast om te horen dat we graag bereid zijn om op Madagaskar te gaan dienen. De aankondiging van Katja’s zwangerschap (2015) resulteerde in een oprechte blijdschap bij de AIM medewerkers. Zelf zijn we ook erg blij dat we als gezin weg kunnen gaan. Daar waar een individuele zendeling alleen (gesteund door de organisatie, dat wel) zijn of haar emoties moet verwerken, hebben wij de steun aan elkaar. Dit word door veel individuele zendelingen erkend en vaak ook gezien als een moeilijk facet van hun werk. Bij AIM word hier actief aandacht aan besteed want het zou jammer zijn als een zendeling die alleen is vroegtijdig terugkeert omdat hij/zij er emotioneel door heen zit. Natuurlijk ligt dit gevaar op de loer bij iedereen die naar een andere cultuur gaat om te werken maar over het algemeen hebben gezinnen minder kans dan individuen.

Tot slot een anekdote uit ons eigen leven. Jurgen stond te praten met twee dames, één Nederlandse en één uit Eritrea. De Nederlandse dame hoorde van Katja’s zwangerschap en zei voor de grap dat we nu toch zeker wel in Nederland zouden blijven. Jurgen antwoordde: “Ben je gek? Nu beginnen ze ons net een beetje serieus te nemen in Afrika!” De Eritrese vrouw die de humor niet direct begreep antwoordde heel serieus: “Daar heb je gelijk in. In Eritrea zouden we het maar gek vinden als een man zonder kinderen over God komt vertellen. Blijkbaar rust Gods zegen niet op die man.”
Nu willen we het niet op deze manier benaderen maar het illustreert goed hoe verschillend er gekeken wordt naar het hebben van een groot gezin.

Onder de Mangoboom

Onder de Mangoboom

(Hieronder kunt u lezen wat één zendeling teweeg heeft gebracht in het leven van Emy van Polen-Manuel. Emy heeft dit voor ons opgeschreven zodat wij het op onze website kunnen gebruiken.)

Mijn naam is Emy van Polen-Manuel en dit is mijn bekeringsverhaal.

Ik ben geboren op de Filipijnen in het dorpje General Mamerto Natividad. Ik ben de oudste van ons gezin, na mij komen nog één broer en zes zusjes.

In ons dorpje stond wel een Katholiek kerkje, maar deze eredienst sprak mij niet aan. Op een dag is er iemand uit een ver vreemd land naar ons toegekomen. Onder de grote mangoboom vertelde zij prachtige Bijbelverhalen met kleurig tekeningen. Mijn moeder moest daar niets van weten en vond het niet goed dat ik daar heen ging. Ik voelde me er als kind er toe aangetrokken, en daarom ging ik er toch stiekem naar toe.

Daar vertelde ze over Jezus en ik begon het langzaam te begrijpen. Ik vond het heerlijk en werd blij van om samen met alle andere kinderen te zingen. Op een gegeven moment ontdekte mijn moeder dat ik niet alleen bij de mangoboom ging kijken, maar dat ik ook naar de zondagsschool ging. Mijn moeder was daar erg boos over. Ze maakte het me erg moeilijk en zei: “Als je naar die evangelist wilt, ruim je eerst het hele huis op en geef je alle planten water en laat je de tuin netjes achter!”

Dat heb ik elke zondag in alle vroegte gedaan zodat ik toch naar de zondagsschool kon gaan. Daar heb ik mijn hart aan de Here Jezus gegeven en Hij heeft mij nooit meer losgelaten of verlaten.

Na mij is eerst mijn broer en later ook al mijn zusjes tot geloof gekomen en werden we in de rivier gedoopt. Een tijd later is mijn vader en als laatste ook mijn moeder tot geloof gekomen. Mijn broer is nu voorganger van een kleine gemeente vlakbij mijn geboortedorp.

Door een tekort aan verpleegkundige personeel in Nederland ben ik in Eindhoven terechtgekomen. Daar heb ik mijn man ontmoet. Samen hebben we twee zonen gekregen, die op hun beurt ook weer zijn getrouwd. We zijn gezegend met vijf kleinkinderen en er zijn twee kleinkinderen opkomst. Ik ben een heel gelukkige oma, want al mijn kinderen en hun gezinnen hebben de Here Jezus als onze persoonlijke verlosser, schepper en Heer aangenomen.

Wat is God toch geweldig goed voor ons allemaal! Hij houdt daadwerkelijk van iedereen. Dus ook van jou! Wat is jouw antwoord op Zijn oneindige liefde?